Op de vlucht...

Duizenden vluchtelingen stromen de Europese landen binnen. Je ziet de trieste beelden op het (Jeugd-) journaal. Onderstaand gedicht vertelt, dat we deze mensen kunnen helpen door gastvrij te zijn. Dat geldt voor volwassen mensen, maar ook voor kinderen.

Jongetje

Er stond een jongetje voor mijn deur,
hij keek me angstig aan.
Hij droeg iets met een rode kleur.
Maar waar kwam hij vandaan?

Daarachter stond een man in pak
met bril en aktetas.
Zijn blik was streng, zijn mond was strak,
Ik wist niet wie hij was.

Het jongetje keek me zwijgend aan.
Hij was hongerig en moe.
En uit een heel ver land vandaan
op weg, maar waar naartoe?


Hij stond nu op de stoep bij mij,
bibberend van de kou.
Daarom deed ik een stap opzij
en zei: kom binnen, gauw!

Ik bracht hem naar de keukenkast
en gaf hem brood met jam.†
Toen riep de man met aktetas:
Wat doet u daar met hem?

Bent u correct geregistreerd?
Doet u dit voor de lol?
Hebt u voor opvang gestudeerd?
Houdt u dit vijf jaar vol?

En weet u wel wat er ontstaat
als u dit zomaar doet?
Nu deze jongen in uw straat,
en straks een hele stoet!

De man bleef liever buiten staan.
Hij wou geen thee met koek.
Toen heb ik de voordeur dichtgedaan,
want ik had hoog bezoek.

Uit: ďGeloven thuisĒ

vluchtelingen_1_