Zeven gaven

Pinksteren glas-in-loodraam

Steven Barberien

Het eerste pinksterfeest moet nogal wat geweest zijn!
Een spectaculaire gebeurtenis met gedruis en wind, tongen van vuur en vreemde talen die opborrelden uit de monden van de apostelen. Een plotse, radicale ommekeer in het leven van de apostelen en de mensen om hen heen.
Het Pinksteren van vandaag is dat helemaal niet. Het is voor ons eerder een weg van lange adem, waarbij we het moeten uithouden in onze tijd en situatie. En dat doen we met diezelfde zeven gaven, toen en nu gegeven.

Wijsheid (sapientia) en inzicht (intellectus). Met gezond verstand kom je een heel eind in het leven! Als je dan nog eens het inzicht hebt in wat wel en niet goed is voor een mens, dan ben je er helemaal!
Maar dan heb je ook wel raad nodig (concilium).En dus moet je jezelf kwetsbaar opstellen. Onder ogen durven zien dat je niet van alles op de hoogte bent, dat je nog iets leren kunt van een ander.
Wat je geleerd hebt in de praktijk brengen, daar heb je weer kracht voor nodig (fortitudo).

Dat zijn al vier gaven van de Geest maar er zijn er nog drie, zoals kennis (scientia), die we opdoen door studie en wetenschap. Maar pas op! De wetenschap kan niet alles verklaren of de plek van God innemen.
Neen, ook dit moet je relativeren door vroomheid (pietas). De kunst om soms te zwijgen en te verstillen in verwondering voor de schepping, die voor ons een mysterie zal blijven.

De zevende en misschien wel de voornaamste gave van de geest is het ontzag voor God (timor). Geen angst of vrees maar God de ruimte geven, de plaats geven in ons leven die Hem toekomt. Erkennen dat je als mens slechts beeld bent van Hem, en je tegelijkertijd verbazen over de grootsheid van de mensen om je heen, die het beeld in zich dragen van God. Want ofschoon we ons nietig en klein mogen weten ten opzichte van de grootheid van God, mogen we de mensen ook hoogachten.†In elke mens zien we namelijk een stukje van God oplichten, vooral in die mensen die de zeven gaven van de Geest van God volop hun werk laten doen in hun leven.

Die Geest woont immers in ons door ons doopsel en vormsel. Hij is het vuur dat in ons brandt, de Adem die ons in- en uitgaatÖ De levengevende Geest ons geschonken als Helper, die ons handelen doet en spreken laat, zodat niets van wat God in Jezus zijn Zoon bedoeld heeft, verloren zou gaan voor onze tijd en de generaties na ons.

De taal die wij spreken als christenen overstijgt immers plaats en tijd. Het is een universele taal, die iedereen kan begrijpen. Het is de taal die liefde heetÖ Liefde zoals God ze ooit bedoeld heeft.

Printversie