Wandel in de advent in het licht van de Heer
Marc Massaer
Broeders en zusters in Christus,
Het is altijd prachtig om te zien hoe enthousiast en vol verwachting kinderen kunnen uitzien naar de komst en het feest van Sinterklaas, die als de Goedheiligman allerlei pakjes komt brengen. Elk belangrijk feest dient voorbereid te worden: wie nodig je uit, waar wordt het gevierd en op welke datum? Elk feest is een gelegenheid om onder-linge banden weer aan te halen en te verdiepen.
Uitkijken en verlangen naar, wachten, verwachten en waakzaam zijn, daartoe nodigt de adventsliturgie ons uit. Spiritueel gezien is dat een goede houding maar kunnen wij de advent nog wel advent laten zijn? Te snel al in de adventstijd klinken de kerstlieden, terwijl deze periode zelf prachtige liederen heeft die ons verlangen naar de komst van Christus doen groeien en aanscherpen. Velen kunnen niet wachten en vieren de kerstsfeer veel te vroeg. Ook de winkels doen hier volop aan mee: in sommige winkels zijn al vóór Allerheiligen kerstspullen te koop. Vergeet toch die mooie en sterke adventstijd niet! Het is een sfeervolle tijd van uitkijken naar het licht en de vrede van Kerstmis. De kersttijd is lang genoeg om te vieren, want hij duurt tot de doop van Jezus in de Jordaan, komend jaar op zondag 11 januari.
Laat de advent dus de advent zijn en neem de tijd om stil te staan bij de prachtige lezingen van Jesaja. Daarin ontdek je dat het Joodse volk ook heel lang heeft moeten wachten op de komst van de Messias. Alles op zijn tijd en het geschikte moment afwachten. Laat een kind kind zijn en verwacht niet dat het zich reeds gedraagt als en volwassene want dat is niet goed voor zijn ontwikkeling.
In de eerste lezing uit de profeet Jesaja horen we: ‘Huis van Jacob, kom, laten wij wandelen in het licht van de Heer.’ Wie van ons kent niet de ervaring van de duisternis? Dat kan de duisternis van de zonde zijn, wanneer wij tekortschieten tegenover God en de naaste. Dat kan de duisternis van eenzaamheid, ver-deeldheid, ziekte, pijn en lijden, van zorgen in het gezin zijn. Ondanks alles wat we meemaken en horen klinkt dit woord van God ook voor ons: ‘Wandel in het licht van de Heer.’ Blijf niet hangen in de duisternis maar zoek naar het licht van God; open je hart voor zijn genade en straal dat licht ook uit in je omgeving om mensen hoop te geven voor de toekomst.
We hebben vanmorgen de eerste kaars op de adventskrans aangestoken, omdat dit licht hoop geeft op vernieuwing en verandering. Wij geloven en vertrouwen erop dat Gods licht schijnt over de mensen en dat dit licht sterker is dan welke vorm van duisternis dan ook. Met God aan je zijde komt alles goed maar Hij bepaalt het geschikte ogenblik en hoe dit zal gebeuren. Van ons verwacht God dat wij Hem in de advent zoeken, en we kunnen Hem vinden in het woord van God, in het delen van het geloof met elkaar en in de ontmoeting met Jezus Christus in de H. Sacramenten. God nodigt ons uit de duisternis te verlaten en het licht van het geloof en van de H. Geest toe te laten in ons hart. Het mysterie van God is dat Hij zich van tijd tot tijd terugtrekt, opdat wij Hem intenser zouden zoeken om een diepere, liefdevolle relatie met Hem te hebben. In het licht van het geloof zijn het leven en de schepping veel mooier want dan zie je wat een zegen het is samen met andere mensen te leven in de tegenwoordigheid van God, en Zijn liefde en Barmhartigheid te mogen ontvangen.
De advent beleven is waakzaam zijn en dat licht van God laten schijnen in onze eigen omgeving door tegen de stroom van het individualisme van onze tijd in te gaan. Als christen leven wij niet voor onszelf maar voor de Heer en voor onze naaste en dat kunnen wij laten zien door concrete daden van naastenliefde, zoals meedoen met de adventsactie, iemand bezoeken die alleen of ziek is of treurt omwille van een overlijden, een kaarsje aansteken en bidden voor mensen die het moeilijk hebben.
Moge deze adventstijd voor ons een genadevolle tijd zijn op weg naar Kerstmis. Amen
Lezingen
* Jes.2,1-5
* Rom. 13, 11-14
* Mt. 24, 37-42
