Over de nederigheid als deugd

De farizeeër en de tollenaar

Marc Massaer

Broeders en zusters in Christus,

God heeft de mens gemaakt als hoogtepunt van de schepping en toch is deze niet het centrum van het heelal. Dat is God zelf. Draait God rondom het ego of draait het ego rondom God? Daarover gaat het in het evangelie met het verhaal van de Farizeeër en de tollenaar. Menselijkerwijs gezien heb je eerder sympathie voor de Farizeeër dan voor de tollenaar. De Farizeeër heeft het gemaakt in het leven want hij heeft een voorname functie en een zekere welstand verworven en daar is hij trots op. Wij kijken al snel op naar succesvolle mensen in de voetbalwereld, de showbusiness, de politiek of de ondernemers-wereld. Jezus vertelt het verhaal van de tollenaar en de Farizeeër om ons te leren anders naar mensen te kijken.

Als we het verhaal horen, dan vinden we dat de tollenaar slecht is en de Farizeeër goed. Jezus zegt verras-send genoeg juist het tegenover-gestelde. God kijkt niet naar uiterlijk vertoon maar naar het hart van de mens. De Farizeeër is trots en hoogmoedig; hij kijkt neer op ande-ren en is zo vol van zichzelf dat zijn gebed er alleen maar op uit is zichzelf te verheerlijken. Farizeeërs en schijnheiligen wijzen altijd naar anderen als de schuldigen; ze zoeken een zondebok en denken zelf nooit iets verkeerds te doen. De tollenaar daarentegen is nederig en bidt tot God om zijn barmhartigheid. Hij voelt zich klein ten opzichte van God en weet dat hij God nodig heeft.

Tegen alle verwachtingen in trekt Jezus partij voor de tollenaar, een zondaar, en niet voor de Farizeeër, die zelfgenoegzaam is en anderen minacht. De farizeeër denkt Gods barmhartigheid niet nodig te hebben, maar daarmee vergeet hij iets wezenlijks, namelijk dat Jezus speciaal gekomen is om te redden wat ver-loren was, en niet voor de zogenaamde rechtvaardige. God erkennen en aanvaarden in je leven is ook zijn barmhartigheid erkennen; dat hoort wezenlijk bij de navolging van Jezus.

Jezus heeft de nederigheid tot fundament van het gehele christendom gemaakt. Nederigheid is ook het fundament van een andere deugd die hij preekte, namelijk naastenliefde. Nederigheid is een deugd die het mogelijk maakt in gemeenschap te leven. Ze bewerkt toenadering en bekeert.
Wat is nederigheid? Het is de erkenning dat God de bron is van alles wat je bent. Het is erkennen dat het goede dat je hebt, van God komt. Nederigheid is een typisch christelijke deugd. Jezus heeft die op aarde gebracht en haar als eerste beleefd. Jezus is - arm en nederig geboren - in een kribbe gelegd. Bij God in de hemel had hij de heerlijkheid van de goddelijke natuur; op aarde neemt hij de nederige, menselijke natuur aan. Dat was een daad van opperste nederigheid. Daarom kon Hij zeggen: Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Zachtmoedig en nederig wil zeggen: zachtzinnig, zachtaardig, beschik-baar, bescheiden, dienstbaar, respectvol, rustig, kalm, evenwichtig, voorbeeldig. De eerste hoofdzonde, de hoogmoed, krijgt bij Hem geen kans.
Doorheen heel de geschiedenis van God met de mensen trekt God partij voor de armen, de behoeftige weduwen, de mensen in nood en de nederigen. Dat hoorden we ook in de eerste lezing uit het boek Eccle-siasticus. God luistert naar het gebed van eenvoudige mensen. Al wie zichzelf verheft, zal vernederd en al wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.
Nederigheid is het vermogen het kwaad in zichzelf te erkennen en het goede in God. Het vermogen ook niet over de naaste te oordelen maar alleen over onszelf. Inderdaad, die nederigheid is de fundamentele, cruciale en centrale deugd van de katholieke spiritualiteit. Het is de nederigheid die Jezus beoefend heeft in zijn menswording.

De heilige Carlo Acutis was van mening dat het, om tot God te kunnen naderen, belangrijk is je echt los te maken van jezelf en van alle geschapen dingen. Hoe eenvoudiger het gebed is, des te dieper zal het zijn, zei hij. 
Monseigneur Poma, de pastoor van Santa Maria Segreta, heeft een bijzondere getuigenis gegeven van Carlos’ karakter. Hij benadrukte hoezeer het Carlo vreemd was op de een of ander manier op de voorgrond te staan en zich een hoofdrol aan te meten, en dat terwijl hij wel uitstekende kwaliteiten bezat als levendigheid, vriendelijkheid in het gesprek en de manier van zich presenteren. Sober was hij in leven en in streven.
De heilige Carlo was een jongen die enerzijds levendig was, maar anderzijds ook stil kon zijn om te luisteren naar de stem van God en Jezus te zoeken in gebed en de H. Eucharistie. Men zegt dat spreken zilver is en zwijgen goud, dat wil zeggen dat de waarde van een mens evenredig is met het vermogen tot stil zijn. De ware stilte geeft inderdaad ruimte aan de werking van de genade en aan de sterke en zoete leiding van de heilige Geest. Alle heiligen en ook alle grote mannen en vrouwen die zich hebben onder-scheiden in wetenschap en kunst, zijn gevormd in de school van de stilte. Zij hebben geleerd te zwijgen en te luisteren, na te denken, te mediteren en nederig te zoeken naar het kennen van de waarheid. Als je al-tijd rumoerig en spraakzaam bent, als je spreekt zonder na te denken, dan kun je geen rijp en wijs mens worden. Er is een oud spreekwoord dat zegt: de Wijze is een man van weinig, maar goed doordachte woorden. De praatgrage mens dwaalt rond.

In onze tijd, met het overdreven geroep van de massamedia, het jachtige leven en het gebruik van sociale communicatiemiddelen, is het noodzakelijker dan ooit de stilte te zoeken. We mogen het contact met God niet vergeten, die altijd online is en bereid naar ons te luisteren. Christen zijn is je plaats kennen ten opzichte van God en Hem bij alles wat wij doen en zeggen, de plaats geven die Hem toekomt.
Mogen wij daarover de komende tijd nadenken en ernaar leven, zodanig dat wij God beminnen met heel ons hart en al onze krachten. Amen