Hoop op een weerzien

Lichtjes op een rij, verdwijnend in de verte

Steven Barberien

Vanavond is het weer vroeg donker. We gaan de winter in en de dagen worden steeds korter… En wanneer de duisternis over ons komt, voelen we des te meer de ongemakkelijke kilte van gemis en verdriet. Verlies van iemand die je lief is, schept in ons verwarring en een gevoel van verlatenheid… Je voelt je in de steek gelaten, achtergelaten met je verdriet. En dat gaat overal met je mee, ook de nacht in… Wanneer je opstaat met het licht van de morgen is dat gemis er nog steeds.
Warme herinneringen vullen je hart en hoofd maar maken ook dat je ten volle beseft: “Dit komt nooit meer terug!” Herinneringen zijn in die zin als een soort tweesnijdend zwaard: aan de ene kant doen ze pijn, anderzijds doen ze ons deugd…

Hoe dan ook, na een verlies-ervaring is het leven nooit meer zoals het was. Vaak hebben we het gevoel dat we in de eerste periode van rouw bezig zijn met gewoon te overleven. Terwijl voor de mensen om je heen het leven gewoon doorgaat, staat het voor jou ongewoon stil… Je wacht op iets, op iemand die niet meer komen zal. Het toekomstperspectief is weg… Hoe nu verder?

En hoe is ons geloven dan? In elk geval wordt het zeer sterk op de proef gesteld. Het gevoel van verlatenheid kan zo groot zijn dat je zelfs gelooft dat God je in de steek laat. De dood is niet een mooi, maar een lelijk ding. Het berooft mensen van wie en wat hun dierbaar is… Maar die dood heeft niet het laatste woord over ons. In Christus hebben wij gezien en mogen we geloven dat juist daar, in de dood, God ons tegemoet komt.
Dit zijn geen mooie woorden of loze beloftes…, neen, integendeel. Als we na een tijd, soms jaren later, terugblikken op het afscheid of het verlies, dan merken we dat de vraag in ons opkomt: “Hoe ben ik dat te boven gekomen? Waar heb ik de kracht vandaan gehaald om de draad weer op te pakken?”

Ergens komt die kracht vandaan en naar ik geloof - en u misschien ook - komt die levenskracht van God. Hij is de bron van leven. En in Hem zijn wij geborgen, tot Hem keren wij weer. God neemt geen verdriet weg en Hij vult het gemis niet op… Bij Hem mag het er zijn… en daarmee is Hij zó anders dan veel mensen om ons heen. Die menen na enkele weken soms al te mogen zeggen dat je maar eens verder moet met je leven…

God kent ons van binnen uit en geeft ons de tijd om op adem te komen. Rouwen mag ons gegund worden. Tijd om stil te staan, om de wonden van het leven, geslagen door de dood, langzaam te laten genezen en verworden tot een litteken, altijd aanwezig, onuitwisbaar als de herinnering aan hen die we verloren hebben…
En die herinneringen roepen ons op te hopen op een weerzien ooit, een samenzijn zonder einde. Het geluk van elkaar te hervinden in die bron van alle leven, God zelf. Dat zal een hemels geluk zijn.
(Een geluk dat wij op deze dag van Allerheiligen vieren.)
(Een geluk dat wij onze lieve doden toewensen en –bidden op deze dag van Allerzielen.)

Printversie