Oog om oog, tand om tand?

vergeven is groots

Gust Jansen

Het zojuist gelezen evangelie maakt deel uit van de zogenaamde Bergrede van Jezus.

Zoals destijds Mozes leefregels afkondigde op de berg Sinaď, zo verkondigt Jezus - de nieuwe Mozes - de eisen die God aan ons stelt, vanaf een berg. In de wet van Mozes leerde het joodse volk:
oog om oog en tand om tand. En dat was dan om buitensporige wraakoefeningen in te dammen. Iemand drie keer zo hard terugpakken als ie jou had gedaan, mocht dus niet want het leidde alleen maar tot steeds groeiend geweld.

Dus: oog om oog en tand om tand. Zó, zegt Jezus, heb je het geleerd, maar Ik ga verder – zegt ie – en Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht. Als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe; als ze uw bovenkleed afnemen, geef dan ook uw onderkleed mee en als ze aan u vragen één mijl mee te gaan, trek er dan twee mee op…

Heel anders dus dan wij gewoonlijk doen en elkaar voorhouden. Wij leren kinderen zich niet op hun kop te laten zitten, zo nodig terug te slaan, want aan zogenaamde ‘watjes’ hebben we niks…

Tegenover het 'met gelijke munt terugbetalen' propageert Jezus: ook je andere wang aanbieden, je laten uitkleden en veel verder met iemand meegaan dan van je geëist wordt.

Jezus vraagt van ons niet dat we over ons laten lopen. Maar Hij vraagt van ons, dat we zo wijs zijn niet elke aanval met een tegenaanval te beantwoorden. Je vijand liefhebben betekent niet dat we hem om de hals vliegen. Maar het wil wel zeggen, dat wij zijn gemeenheid, zijn achterbaks gedoe niet moeten bestrijden met dezelfde rotstreken, maar met goedheid waarvan hij schrikt en waarmee hij geen raad weet…

Het was oorlog. Een stel gevangenen zat in een concentratiekamp bij elkaar. Iedere avond kwam de bewaker de barak binnen om telkens dezelfde man af te ranselen. Hij had een hekel aan hem. De anderen zagen dit aan, hielden hun woede in, want ze stonden in feite machteloos… maar als ze de kans kregen
- vroeg of laat - zouden ze het hem ongenadig vergelden…

Een van hen stapte op een avond op hem af en zei: "Als je per se wilt slaan pak dan niet steeds dezelfde; neem mij vanavond." Na enig aarzelen zei de bewaker: "Goed, vanavond neem ik jou en niet die ander.
En omdat jij jezelf aanbiedt, mag je zelf zeggen hoeveel slagen ik je geven zal." “Dat laat ik aan uw geweten over”, zei de gevangene.

Dat verraste de bewaker; hij dacht namelijk in de ogen van de gevangene geen geweten te hebben…
Hij antwoordde dan ook: “Ik heb geen geweten.” “Natuurlijk hebt u een geweten,” zei de gevangene, “anders had u mij allang een pak slaag gegeven. Natuurlijk hebt u een geweten…”

Na dit gesprek verging de bewaker de lust om te slaan, en hij vertrok. De volgende avond kwam hij niet…

Niet bestrijden dus met hetzelfde…, maar met barmhartige wijsheid…; wellicht brengt het ons dichter bij elkaar…

Printversie